ECLI:NL:RBBRE:2004:AR6233
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending zorgplicht door bank bij aandelenleaseovereenkomst met toewijzing van 50% nadeel
De zaak betreft een aandelenleaseovereenkomst genaamd “Direct Rendement Effect” gesloten tussen Dexia en de gedaagde. De gedaagde voerde aan onvoldoende te zijn geïnformeerd over de aard en risico’s van het product en stelde dat de bank geen kredietregistratie had opgevraagd. Dexia vorderde betaling van een bedrag vermeerderd met rente en kosten nadat de gedaagde in gebreke was gebleven.
De rechtbank stelde vast dat de bank onvoldoende zorgplicht had betracht door geen informatie in te winnen over de financiële positie van de gedaagde en onvoldoende te waarschuwen voor de risico’s, mede gezien diens beperkte financiële kennis en ervaring. De bank had ook geen BKR-controle uitgevoerd, wat als ontoereikende zorg werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de bank aansprakelijk is voor de helft van het nadeel dat de gedaagde heeft geleden door de restschuld na afloop van de overeenkomst. Dit nadeel werd vastgesteld op € 2.240,26, waarvan € 1.120,13 voor rekening van Dexia komt. Daarnaast werden rente en incassokosten toegewezen. Het vonnis werd uitgesproken door mr. F.G.P.M. Spreuwenberg op 24 november 2004.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Dexia tot het dragen van 50% van het nadeel van de gedaagde wegens schending van haar zorgplicht.