ECLI:NL:RBBRE:2004:AR6323
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.J. Bakx
- Rechtspraak.nl
Schorsing sluiting coffeeshop Pasja wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor actuele dreiging
Op 18 oktober 2004 heeft de burgemeester van Tilburg op grond van artikel 40, lid 1, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zonder voorafgaande waarschuwing de sluiting bevolen van coffeeshop Pasja vanwege een schietincident in en nabij de inrichting.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Het schietincident betrof een voorbijganger die vanaf de openbare weg door de deuropening van de coffeeshop schoot. Verzoeker stelde dat het incident geen verband hield met de exploitatie en dat medewerkers de politie niet waarschuwden omdat zij dachten dat het om een alarmpistool ging.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het doel van de sluitingsbevoegdheid is het voorkomen van toekomstige ordeverstoringen die concreet voorzienbaar en actueel zijn. Eén incident kan soms voldoende zijn, maar doorgaans is een reeks incidenten in korte tijd vereist. In deze zaak waren onvoldoende concrete aanwijzingen aanwezig voor een actuele dreiging.
Daarom werd het besluit tot sluiting geschorst tot twee weken na verzending van de beslissing op bezwaar. Tevens werd het griffierecht aan verzoeker vergoed en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De sluiting van coffeeshop Pasja wordt geschorst wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor een actuele dreiging.