ECLI:NL:RBBRE:2004:AR6396
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering KNVB tegen voetbalsupporter wegens gebrek aan bewijs opruiing
De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) vorderde betaling van een boete van 450 euro van een voetbalsupporter wegens opruiing tijdens de wedstrijd NAC-Willem II. De KNVB stelde dat de algemene voorwaarden van toepassing waren omdat de supporter een toegangsbewijs had gekocht voor een wedstrijd in een door de KNVB georganiseerde competitie.
De kantonrechter oordeelde dat door aankoop van het toegangsbewijs een overeenkomst met de KNVB tot stand kwam en dat de algemene voorwaarden van de KNVB van toepassing zijn. De KNVB kreeg de gelegenheid om opruiing te bewijzen, maar leverde geen overtuigend bewijs aan. Getuigenverklaringen en het ontbreken van videomateriaal maakten het bewijs onvoldoende.
De kantonrechter stelde vast dat niet kon worden bewezen dat de minderjarige supporter zich schuldig had gemaakt aan opruiend gedrag zoals klimmen in het bufferhek of het maken van provocerende gebaren. Ook het eerdere standpunt van de KNVB over het gooien van voorwerpen werd niet ondersteund door bewijs.
Daarom werd de vordering van de KNVB afgewezen en werd de KNVB veroordeeld in de proceskosten, die nihil bleken te zijn omdat de gedaagden in persoon procedeerden. Het vonnis werd uitgesproken op 9 juni 2004 door de kantonrechter Spreuwenberg.
Uitkomst: De vordering van de KNVB tot betaling van een boete wegens opruiing wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs.