ECLI:NL:RBBRE:2004:AR7281
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Luijks
- Sutorius-Van Hees
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mensenhandel en uitbuiting van Thaise vrouwen in prostitutie
De rechtbank Breda heeft verdachte en zijn medeverdachten veroordeeld voor het mensenhandel met als doel het exploiteren van Thaise vrouwen in de prostitutie. De vrouwen werden onder valse voorwendselen naar Nederland gehaald, waarbij verdachte de kosten voor tickets en visa betaalde en hun paspoorten in beslag nam. In Nederland kwamen de vrouwen in een afhankelijke positie terecht en werden zij gedwongen te werken als prostituee, waarbij hun inkomsten grotendeels werden ontnomen.
De rechtbank verwierp het verweer van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en concludeerde dat het bewijs, waaronder verklaringen van slachtoffers en andere bewijsmiddelen, overtuigend was. Verdachte werd vrijgesproken van valsheid in geschrifte met betrekking tot salarisspecificaties wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte en zijn mededaders de vrouwen onder dwang en misleiding tot seksuele handelingen met derden tegen betaling hebben gebracht. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd hij veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen aan de slachtoffers, met voorschotten vastgesteld op respectievelijk €3.100, €3.000 en €2.000.
De rechtbank legde ook de verplichting op aan verdachte om deze bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. De schorsing van de voorlopige hechtenis werd opgeheven vanwege het risico op recidive. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en het onacceptabele karakter van het uitbuiten van kwetsbare vrouwen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, en betaling van schadevergoedingen aan slachtoffers.