ECLI:NL:RBBRE:2005:AS8848
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kok
- Janssen
- Van Gessel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens toewijzing schadevorderingen
In deze strafzaak heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de verdachte. Tijdens de terechtzitting zijn zowel de officier van justitie als de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, gehoord.
De rechtbank constateert dat een aanzienlijk deel van de door benadeelde partijen ingediende schadevorderingen reeds is toegewezen, waarbij de verdachte is veroordeeld tot betaling van de schade. Gezien deze toewijzingen ziet de rechtbank geen ruimte meer om ook de ontnemingsvordering van de officier van justitie toe te wijzen.
Hoewel de grondslag voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel als juist wordt erkend, leidt dit niet tot toewijzing van de vordering. De rechtbank besluit daarom de ontnemingsvordering geheel af te wijzen. De uitspraak is gedaan door de rechtbank Breda op 1 maart 2005.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af vanwege toewijzing van schadevorderingen.