ECLI:NL:RBBRE:2005:AT3832
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsovereenkomst bij oproepcontract en gevolgen voor WW-uitkering
Eiseres ontvangt sinds juli 2003 een WW-uitkering gebaseerd op een 40-urige werkweek. Het UWV bracht op basis van de vierde oproep bij verschillende werkgevers een vermindering van haar uitkering in, omdat volgens artikel 7:668a BW bij de vierde oproep een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. De rechtbank stelt vast dat oproepovereenkomsten als voorovereenkomsten gelden en dat elke oproep een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is. De vierde oproep leidt tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
De rechtbank oordeelt echter dat het UWV onredelijk te veel uren toerekent door alleen de uren van de vierde oproep te hanteren, zonder rekening te houden met de voorgaande weken. Dit kan leiden tot onredelijke situaties, zoals een te hoge urenberekening. Daarom moet het gemiddelde aantal uren over 13 weken worden berekend, aansluitend bij artikel 7:610b BW.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van het UWV omdat het niet redelijk is om alleen de vierde oproep als maatstaf te nemen. Tevens wijst de rechtbank erop dat het UWV moet onderzoeken of de benadelingshandeling verwijtbaar is voordat een maatregel wordt opgelegd. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd.