ECLI:NL:RBBRE:2005:AT3994
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Cohen-Koningsveld
- Luijks
- De Bruijn
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord en wapenbezit met verbeurdverklaring motorboot
Op 26 mei 2004 werd Tinka van Rooij meermalen met een hamer op haar hoofd geslagen, waarna zij overleed. Haar lichaam werd ingepakt in zeil, in een auto vervoerd en in De Biesbosch in het water gegooid. Verdachte werkte nauw samen met mededaders bij de voorbereiding, uitvoering en het verbergen van het lijk. Daarnaast had verdachte een verboden revolver en munitie in bezit.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van medeplegen van moord en het wegmaken van het lijk met het oogmerk het overlijden te verhullen. Het beroep op psychische overmacht werd verworpen omdat de bedreigingen onvoldoende aannemelijk waren en deskundigen stelden dat verdachte zich had kunnen terugtrekken.
De rechtbank achtte de moord een buitengewoon ernstig feit en nam de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte mee in de strafbepaling. Verdachte werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht. De motorboot van verdachte werd verbeurd verklaard. Daarnaast werd een schadevergoeding van €7.672,40 toegekend aan de vader van het slachtoffer, met een aanvullende proceskostenvergoeding van €1.230.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord, het verbergen van het lijk en het bezit van een verboden wapen, met verbeurdverklaring van zijn motorboot en een toegewezen schadevergoeding.