ECLI:NL:RBBRE:2005:AT4189
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Leijten
- Rechtspraak.nl
Geschil over arbeidsongeschiktheidsuitkering en polisvoorwaarden bij verzekeraar Cardif
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres] en verzekeraar Cardif over de uitkering van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. [Eiseres] vordert betaling van een maandelijkse uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na een ongeval in oktober 1999. Cardif betwist de arbeidsongeschiktheid en beroept zich op polisvoorwaarden die het recht op uitkering uitsluiten indien blijkt dat de verzekerde voorafgaand aan de verzekering meer dan 30 dagen arbeidsongeschikt was.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van geneeskundig vastgesteld letsel ondanks het ontbreken van afwijkingen bij neurologisch onderzoek. De vraag of [eiseres] onjuiste verklaringen heeft afgelegd over haar gezondheid en arbeidsongeschiktheid wordt besproken, waarbij de rechtbank oordeelt dat de verklaringen niet onjuist zijn, behalve dat [eiseres] 31 kalenderdagen arbeidsongeschikt was, wat zij betwistte.
Cardif beroept zich op een vervalbeding in de polis, dat het recht op uitkering uitsluit bij onjuiste informatie, maar de rechtbank bepaalt dat dit beding alleen rechtsgeldig is als een redelijk handelend verzekeraar onder dezelfde omstandigheden de verzekering niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten. De rechtbank gelast een deskundigenonderzoek om deze vraag te beantwoorden en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank gelast een deskundigenonderzoek en houdt de verdere beslissing aan.