ECLI:NL:RBBRE:2005:AT7094
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Noort
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij forumkeuze en exceptie van onbevoegdheid in civiele procedure
In deze civiele zaak bij de rechtbank Breda stond de vraag centraal of de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van het geschil, ondanks een forumkeuzebeding dat de Luxemburgse rechter exclusieve bevoegdheid gaf. Dit betrof een incident waarin ING Luxembourg en [gedaagde] een exceptie van onbevoegdheid hadden opgeworpen nadat een vrijwaringsincident was gestart.
De eisers betoogden dat het beroep op onbevoegdheid niet tijdig was gedaan, waardoor sprake was van een vrijwillige forumkeuze. De rechtbank onderzocht de procesgang en concludeerde dat de exceptie van onbevoegdheid pas na het tussenvonnis van 8 december 2004 was ingebracht, terwijl volgens het Nederlandse procesrecht dit verweer vóór alle andere verweren moet worden gevoerd.
De rechtbank verwees naar artikel 24 van Pro de EEX-verordening, dat bepaalt dat de rechter bevoegd is voor wie de verweerder verschijnt, tenzij deze verschijning uitsluitend is bedoeld om de bevoegdheid te betwisten. Het Hof van Justitie heeft bepaald dat het tijdstip van betwisting aan nationaal recht is verbonden met een uiterste grens. De rechtbank oordeelde dat de verschijning van ING Luxembourg en [gedaagde] niet uitsluitend was bedoeld om de bevoegdheid te betwisten, en dat het te laat was om de exceptie van onbevoegdheid op te werpen.
Daarmee verklaarde de rechtbank zich bevoegd en wees de vorderingen tot onbevoegdheid af. Tevens werd het verzoek om tussentijds hoger beroep niet gehonoreerd. De kosten van het incident werden aan de zijde van de eisers opgelegd aan de in het ongelijk gestelde partijen. De hoofdzaak werd verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de exceptie van onbevoegdheid af.