ECLI:NL:RBBRE:2005:AT7941
Rechtbank Breda
- Kort geding
- E.W.J.M. Nollen
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over betaling onder opschortende voorwaarde bij Belgisch vonnis
Eiser vordert in kort geding een verbod op de tenuitvoerlegging in Nederland van een Belgisch vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, dan wel schorsing van de executie totdat het hoger beroep in België is beslist.
De rechtbank beoordeelt dat het kantonnement, een betaling onder opschortende voorwaarde volgens Belgisch recht, niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden omdat de betaling niet aan een erkende Belgische sekwester is gedaan maar aan een Nederlandse deurwaarder. Hierdoor is eiser niet aan het vonnis voldaan.
De rechtbank concludeert dat gedaagde gerechtigd is tot executie van het vonnis in Nederland en wijst de gevorderde voorziening af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Het vonnis benadrukt dat een buitenlandse beslissing in Nederland niet meer effect kan hebben dan in het land van herkomst en dat het Belgische kantonnement niet is nageleefd volgens de wettelijke vereisten, waardoor de Nederlandse executie niet wordt verhinderd.
Uitkomst: De rechtbank weigert het verbod op executie en veroordeelt eiser in de kosten.