ECLI:NL:RBBRE:2005:AT8653
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens toepassing uitzonderingsbepaling uitvoer bestrijdingsmiddelenwet
De economische politierechter van de rechtbank Breda heeft op 20 juni 2005 geoordeeld dat verdachte, AgricheM B.V., in de periode van 23 mei tot en met 14 juli 2003 opzettelijk het bestrijdingsmiddel Zetanil heeft afgeleverd zonder dat bleek dat het middel was toegelaten volgens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. De rechter stelde vast dat het middel kennelijk bestemd was voor uitvoer, waardoor de uitzonderingsbepaling van artikel 2, derde lid van de wet van toepassing was.
De verdediging voerde aan dat de tenlastelegging niet volledig was omdat de uitzonderingsbepaling niet was vermeld, en dat bepaalde administratieve eisen in strijd waren met Europese richtlijnen. De rechter verwierp deze bezwaren en stelde dat de uitzonderingsbepaling een strafuitsluitingsgrond is, geen bestanddeel van het delict. Tevens oordeelde de rechter dat de administratieve eisen niet in strijd zijn met de Europese richtlijn 91/414/EEG.
Uit het dossier bleek dat de facturen duidelijk aangaven dat de bestrijdingsmiddelen bestemd waren voor export en dat verdachte een overzicht had overgelegd dat voldeed aan de administratieve eisen. Er waren geen aanwijzingen dat de middelen bestemd waren voor de binnenlandse markt. Daarom werd het bewezen verklaarde niet strafbaar geacht en werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat de geleverde bestrijdingsmiddelen kennelijk bestemd waren voor uitvoer en voldaan was aan de administratieve voorschriften.