ECLI:NL:RBBRE:2005:AT8961
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing lijfsdwang wegens niet nakomen onderhoudsverplichting ex-echtgenoot
In deze zaak vordert eiseres, de ex-echtgenote, verlof om de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 25 januari 2005 ten uitvoer te leggen door middel van lijfsdwang tegen haar ex-echtgenoot. Deze laatste voldoet niet aan zijn verplichting tot betaling van een onderhoudsbijdrage van € 6.500 per maand, zoals opgelegd door de rechtbank Rotterdam. Eiseres stelt dat zij geen vermogen van gedaagde kan traceren om haar vordering te verhalen en dat gijzeling het enige effectieve executiemiddel is.
Gedaagde voert aan dat hij niet kan betalen omdat zijn vermogen door omstandigheden buiten zijn macht is verdwenen en dat hij geen inkomen meer heeft. Hij wijst erop dat hij een schuldenlast van € 22 miljoen heeft en leeft van de inkomsten van zijn partner. Tevens stelt hij dat eiseres een vorstelijk voorstel van hem heeft afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat gedaagde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kan betalen en dat het aannemelijk is dat hij wel kan, maar niet wil betalen.
De voorzieningenrechter verleent daarom het verlof tot toepassing van lijfsdwang, waarbij gedaagde in gijzeling kan worden gesteld totdat de achterstallige bedragen en kosten zijn voldaan, met een maximumduur van 12 maanden. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten en de kosten van de tenuitvoerlegging. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verlof verleend tot toepassing lijfsdwang tegen gedaagde totdat achterstallige onderhoudsbijdrage en kosten zijn voldaan, met een maximumduur van 12 maanden.