ECLI:NL:RBBRE:2005:AT9544
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake aanslag inkomstenbelasting en vergrijpboete
Aan verzoeker is een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd voor het jaar 2001, inclusief een vergrijpboete en heffingsrente. Verzoeker, voormalig bestuurder van een vennootschap en woonachtig in België, heeft bezwaar gemaakt tegen deze aanslag en boete, waarop de Inspecteur niet tijdig heeft beslist. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om onder meer onmiddellijke uitspraak te verkrijgen of inzage in aanvullende stukken.
De voorzieningenrechter constateert dat verzoeker over de relevante stukken beschikt en dat er geen sprake is van onverwijlde spoed. Ook is niet gevraagd om een termijn voor uitspraak en wordt zo’n termijn niet ambtshalve gesteld. Hoewel er executoriaal derdenbeslag is gelegd, is de voorzieningenrechter niet bevoegd om dit op te heffen. De Inspecteur heeft toegezegd niet tot invordering over te gaan zolang de aanslag niet onherroepelijk is.
Verzoeker heeft niet tijdig kennis kunnen nemen van de motivering van de boete omdat hij de aangetekende brief niet heeft afgehaald, maar dit leidt niet tot vernietiging van de boete. Nader onderzoek is nodig om de hoofdzaak te beoordelen, zodat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak wordt afgewezen. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan onverwijlde spoed en noodzaak tot nader onderzoek.