ECLI:NL:RBBRE:2005:AU1347
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens voortijdige vervolging afvalwaterlozing
Op 8 april 2004 werd een steekmonster genomen door het waterschap bij het bedrijf van verdachte, waaruit een overschrijding van afvalwaternormen bleek. Het waterschap informeerde verdachte pas op 10 juni 2004 schriftelijk over deze overtreding en gaf een termijn van één maand om maatregelen te treffen.
Op 8 juni 2004 werd een tweede monster genomen, terwijl verdachte toen nog niet op de hoogte was van de eerste overtreding. De economische politierechter oordeelde dat het waterschap niet conform de eigen lijn had gehandeld door de late kennisgeving, waardoor het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard.
Verdachte had na ontvangst van de brief van 10 juni 2004 adequaat gereageerd en maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. Het OM had volgens de rechter onvoldoende rekening gehouden met deze procedurele aspecten, waardoor vervolging niet gerechtvaardigd was.
De rechter gaf aan dat het meer voor de hand had gelegen eerst een controle uit te voeren nadat verdachte op de hoogte was gebracht, en verklaarde het OM niet-ontvankelijk. Tegen dit vonnis kon binnen veertien dagen hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens niet-naleving van de door het waterschap gestelde procedure.