ECLI:NL:RBBRE:2005:AU3839
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijzing van verzoek tot gezamenlijk ouderlijk gezag naar rechtbank Breda sector Familierecht
De vader verzoekt de rechtbank om het gezag over zijn minderjarige kind te wijzigen, zodat hij en de moeder gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Momenteel berust het gezag bij de moeder. Er loopt een voorlopige omgangsregeling waarbij het kind eens in de twee weken bij de vader verblijft. Partijen zijn bezig met mediation om de communicatie te verbeteren, en de bodemprocedure is aangehouden tot 15 november 2005.
De moeder is niet verschenen, maar haar gemachtigde is aanwezig en stemt in met verwijzing van de zaak. Ook de Raad voor de Kinderbescherming adviseert aanhouding in afwachting van het mediationresultaat. De kantonrechter overweegt dat het verzoek van de vader ontvankelijk is op grond van een arrest van de Hoge Raad uit 2004, waarin is bepaald dat een vader ook gezamenlijk gezag kan verzoeken.
Gezien de samenhang tussen deze procedure en de lopende bodemprocedure bij de rechtbank Breda sector Familierecht, wordt het verzoek verwezen naar die rechtbank. Dit bevordert de belangen van het kind en de proceseconomie. Partijen worden erop gewezen dat zij in de verdere procedure door een procureur moeten worden vertegenwoordigd.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de rechtbank Breda sector Familierecht vanwege samenhang met een lopende bodemprocedure.