ECLI:NL:RBBRE:2005:AU5345
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete omzetbelasting wegens onjuiste toepassing boetebepaling
Belanghebbende B.V. heeft een onroerende zaak geleverd waarbij de daarop verschuldigde omzetbelasting niet tijdig in de aangifte is opgenomen. Hoewel de belasting uiteindelijk via een suppletieaangifte werd aangegeven en betaald, legde de Inspecteur een verzuimboete van €4.537 op op grond van artikel 67c AWR en het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 (BBBB).
De rechtbank oordeelt dat de boete terecht is opgelegd wegens te late betaling, maar dat de Inspecteur onterecht een strafverzwaring toepaste die is gebaseerd op een gedraging (te lage aangifte) die niet in artikel 67c AWR is genoemd. De rechtbank stelt daarom de boete vast op basis van paragraaf 23 van het BBBB, die wel aansluit bij artikel 67c AWR.
Gezien het incidentele karakter van de onroerende zaaktransactie, de hoogte van het belastingbedrag en het feit dat een naheffingsaanslag is opgelegd, acht de rechtbank een boete van €1.000 passend. Tevens veroordeelt de rechtbank de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en gelast vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan op 11 oktober 2005 door mr. C.A.F.M. Stassen, waarbij het beroep van belanghebbende gegrond werd verklaard, de uitspraak op bezwaar werd vernietigd en de boete werd verminderd.
Uitkomst: De verzuimboete wordt verminderd tot €1.000 en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.