ECLI:NL:RBBRE:2005:AZ0708
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.J. Bakx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Verklaring van geschiktheid bij diagnose dementie en Alzheimer
Eiser vroeg een Verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen aan, maar het CBR weigerde deze vanwege een diagnose van dementie. Eerder had eiser een verkeersongeval veroorzaakt, waarna medische onderzoeken werden uitgevoerd. De rechtbank constateerde dat de Regeling eisen geschiktheid 2000 tegenstrijdige bepalingen bevatte: paragraaf 8.6 stelt dat bij dementie altijd ongeschiktheid geldt, terwijl paragraaf 7.4 bij de ziekte van Alzheimer, een vorm van dementie, beperkte geschiktheid mogelijk acht.
De rechtbank oordeelde dat het CBR ten onrechte alleen paragraaf 8.6 toepaste zonder de bepalingen van paragraaf 7.4 te betrekken, ondanks dat een neuroloog had vastgesteld dat eiser een beginnende ziekte van Alzheimer had. Dit leidde tot strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3:2 Awb Pro, omdat het bestuursorgaan niet alle relevante feiten en belangen voldoende heeft meegewogen.
De rechtbank vernietigde het besluit en beval het CBR een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het verzoek van eiser om vergoeding van gemaakte onderzoekskosten in overweging moet worden genomen. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed. Het geschil illustreert de noodzaak van heldere regelgeving en zorgvuldige besluitvorming bij medische geschiktheidsbeoordelingen voor rijbewijzen.
Uitkomst: Het besluit van het CBR wordt vernietigd en het bestuursorgaan wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.