ECLI:NL:RBBRE:2005:BB9158
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift omzetbelasting opkoopregeling varkens
Eiser nam in 1997 deel aan de opkoopregeling varkens vanwege de bestrijding van varkenspest en ontving hiervoor meerdere afrekeningen met in totaal ƒ 11.263,10 aan omzetbelasting. Eiser verwerkte ƒ 3.469,- in zijn reguliere aangifte en diende op 9 februari 1999 een suppletieaangifte in voor ƒ 7.794,10, naar aanleiding van een boekenonderzoek.
Eiser maakte bezwaar tegen de kwartaalaangifte van ƒ 3.469,- met het standpunt dat de schadeloosstelling niet als vergoeding voor een levering of dienst onder de Wet OB moest worden gezien. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde in een vergelijkbare zaak dat geen omzetbelasting verschuldigd was en gaf recht op teruggave. Verweerder verleende daarop teruggaaf van ƒ 3.469,- inclusief heffingsrente.
Het bezwaarschrift tegen de suppletieaangifte werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. Eiser stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij mocht vertrouwen dat het bezwaar ook op de suppletieaangifte van toepassing was. De rechtbank oordeelde dat eiser dit vertrouwen niet aannemelijk kon maken, mede gelet op een brief van eiser waarin werd geadviseerd de tegemoetkoming in de reguliere aangifte te verwerken en bezwaar te maken tegen die aangifte.
Daarom bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand en verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift werd ongegrond verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.