Uitspraak
RECHTBANK BREDA
1.Beslissing
verklaarthet beroep
niet-ontvankelijk.
Rechtbank Breda
Belanghebbende, onderdeel van een fiscale eenheid, werd aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen omzetbelasting ter hoogte van €4.353.992. Na handhaving van deze aansprakelijkstelling door de ontvanger, kwam belanghebbende in beroep bij de rechtbank Breda.
Echter werd belanghebbende op 21 september 2005 failliet verklaard. De rechtbank paste artikel 27 van Pro de Faillissementswet toe, waarbij de curator de mogelijkheid krijgt om het geding over te nemen. De curator gaf aan de procedure niet te zullen overnemen.
De ontvanger vroeg vervolgens ontslag van instantie aan, wat niet werd betwist door de gemachtigde van belanghebbende. De rechtbank oordeelde dat er geen reden was de procedure voort te zetten en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd op 9 februari 2006 in het openbaar uitgesproken. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie binnen de wettelijke termijnen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens faillissement en het niet overnemen van de procedure door de curator.