ECLI:NL:RBBRE:2006:AU8709
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Omzetbelastingheffing over interne levering tussenbouw tussen monumentale panden
Belanghebbende, een woningbouwstichting, liet een glazen tussenbouw realiseren tussen twee monumentale panden, zonder eigen ingang maar met interne verbindingen en een nooduitgang naar een parkeerterrein. De inspecteur legde naheffingsaanslag omzetbelasting op wegens interne levering van een in eigen bedrijf vervaardigd goed.
De rechtbank stelde vast dat de bouw van de tussenbouw niet leidde tot een nieuw complex, maar dat de tussenbouw als onderdeel met zelfstandigheid kan worden aangemerkt. Ondanks het ontbreken van een eigen ingang achtte de rechtbank het aannemelijk dat een eigen toegang aan de achterzijde mogelijk is zonder onredelijke kosten.
De rechtbank concludeerde dat de tussenbouw een nieuw vervaardigd goed is in de zin van artikel 3, eerste lid, letter h, Wet OB 1968, en bevestigde de naheffingsaanslag. Proceskosten werden niet toegewezen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting wegens interne levering van de tussenbouw als een nieuw vervaardigd goed.