ECLI:NL:RBBRE:2006:AU9544
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- A.F.M.Q. Beukers – van Dooren
- W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Premieplicht voor WAZ van in België wonende DGA met werkzaamheden in Nederland
Belanghebbende, een in België wonende directeur-grootaandeelhouder van een Nederlandse besloten vennootschap, verrichtte werkzaamheden in Nederland en België. Voor de Nederlandse werkzaamheden werd hij als in loondienst beschouwd en onderworpen aan Nederlandse heffingen, terwijl hij in België als zelfstandige werd aangemerkt.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende premieplichtig was voor de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) in Nederland. De rechtbank verwees naar een vergelijkbare zaak bij de Hoge Raad uit 2003, waarin werd geoordeeld dat werkzaamheden niet als in loondienst verricht werden beschouwd. Echter, sinds 1999 is bijlage VI bij Verordening VO 1408/71 aangepast, waardoor werkzaamheden van personen met een aanmerkelijk belang in een vennootschap als in loondienst worden aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende vanwege zijn aanmerkelijk belang en werkzaamheden in Nederland onder de WAZ-premieplicht valt. De stelling van belanghebbende dat de wijziging van bijlage VI niet tot uitbreiding van verzekeringsplicht kan leiden, werd verworpen omdat de wijziging met instemming van de EU-lidstaten tot stand kwam.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat Nederland het heffingsrecht heeft voor de WAZ-premie van belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de premieplicht van belanghebbende voor de WAZ in Nederland.