ECLI:NL:RBBRE:2006:AU9739
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboete omzetbelasting na bezwaar wegens grove schuld gemachtigde
Belanghebbende kreeg gelijktijdig met de naheffingsaanslag omzetbelasting over 2000 en 2001 een vergrijpboete van 25% opgelegd, die na bezwaar werd gematigd tot 10%. De rechtbank oordeelt dat voor het jaar 2000 slechts een verzuimboete had kunnen worden opgelegd en dat het opleggen van een vergrijpboete het opleggen van een verzuimboete voor hetzelfde feit uitsluit. Daarom vervalt de boete over 2000.
Voor het jaar 2001 constateerde belanghebbende en zijn gemachtigde dat te weinig omzetbelasting was aangegeven en voldaan, maar zij hebben nagelaten actie te ondernemen. Dit leidt tot de conclusie dat sprake is van grove schuld, die ook aan belanghebbende wordt toegerekend. De rechtbank bevestigt daarom de vergrijpboete van 25% over 2001, vastgesteld op €128.
Belanghebbende voerde geen verzachtende omstandigheden aan die verdere matiging rechtvaardigen. De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is op 12 januari 2006 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De boete over 2000 vervalt en de boete over 2001 wordt vastgesteld op €128 wegens grove schuld.