ECLI:NL:RBBRE:2006:AV0115

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
19 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
rk-nummer: 05/762
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Kooijman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552f SvArt. 36c SrArt. 33a SrArt. 36d SrArt. 13 bis Eenvormige Beneluxwet op de merken
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing tot onttrekking aan het verkeer van vals horloge wegens merkinbreuk

De rechtbank Breda behandelde de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van een vals horloge, ingediend op 18 augustus 2005. Uit het onderzoek bleek dat het horloge geen origineel Rolex exemplaar was, maar dit enkele feit was onvoldoende voor onttrekking op basis van de artikelen 36c en 36d van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank oordeelde dat het bezit van het horloge niet als ongecontroleerd kon worden beschouwd, waardoor teruggave aan de rechthebbende in beginsel op zijn plaats was.

Echter, op grond van artikel 13 bis Pro van de Eenvormige Beneluxwet op de merken, heeft de merkhouder het recht om roerende zaken waarmee inbreuk wordt gemaakt op diens merk op te vorderen als eigendom. Rolex S.A. had verzocht het horloge niet terug te geven maar te vernietigen. De rechtbank erkende Rolex S.A. als rechthebbende en concludeerde dat de merkhouder haar rechten mocht uitoefenen.

Daarom werd de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van het vals horloge toegewezen. De beslissing werd op 19 januari 2006 uitgesproken door rechter Kooijman tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De vordering tot onttrekking aan het verkeer van het vals horloge wordt toegewezen en het horloge wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
parketnr. 811205/05
rk-nummer: 05/762
Beslissing op de vordering tot onttrekking aan het verkeer ex artikel 552f van het wetboek van strafvordering
Beslissing op de vordering van de officier van justitie ingekomen ter griffie van 18 augustus 2005 in de zaak:
[naam verdachte],
Geboren [datum en plaats],
Wonende te [adres].
1. De procedure.
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
? bovengenoemde vordering;
? het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer van 22 december 2005, waaruit blijkt dat de officier van justitie is gehoord;
? de tussenbeschikking d.d. 25 november 2005.
2. De beoordeling.
Uit het na de vorige behandeling overgelegde proces-verbaal blijkt dat het horloge waarvan de omtrekking aan het verkeer wordt gevorderd, geen Origineel Rolex horloge is.
Echter dit enkele feit levert geen grond op voor onttrekking aan het verkeer, nu niet gesteld kan worden dat voldaan is aan de eisen van art. 36c jo. 33a wetboek van strafrecht, terwijl zich evenmin het geval voordoet geregeld in art 36d wetboek van strafrecht. Immers het enkele bezit van een horloge als het onderhavige kan niet worden aangemerkt als ongecontroleerd bezit. Dat betekent dat in beginsel teruggave hoort te volgen aan degene die als rechthebbende kan worden aangemerkt.
Gelet op het bepaalde in art. 13 bis Pro van de Eenvormige Beneluxwet op de merken, waarin is geregeld dat de merkhouder roerende zaken waarmee inbreuk wordt gemaakt op diens merk, als zijn eigendom kan opvorderen, en gelet op het verzoek van de merkhouder in voornoemd proces-verbaal, Rolex S.A., om het horloge niet terug te geven aan verzoeker, maar dit te vernietigen, kan in dit geval worden geoordeeld dat Rolex S.A. de haar toekomende rechten als genoemd, wenst uit te oefenen en dat Rolex S.A. mitsdien als rechthebbende kan worden beschouwd.
Nu de merkhouder geen bewaar heeft tegen onttrekking aan het verkeer, kan de vordering van de Officier van Justitie worden toegewezen.
3. De beslissing.
De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe.
Deze beslissing is op 19 januari 2006 gegeven door mr. Kooijman, rechter, in tegenwoordigheid van, Hoppenbrouwers griffier en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2006 door mr. Kooijman voornoemd.