ECLI:NL:RBBRE:2006:AV1180
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling legesheffing voor woningcorporatie bij renovatie sociale huurwoningen
Een woningbouwvereniging (belanghebbende) had leges geheven gekregen voor een bouwvergunning voor de renovatie van 220 sociale huurwoningen. De vereniging beriep zich op artikel 34 van Pro het Besluit woninggebonden subsidies 1995, dat vrijstelling van legesheffing voor sociale verhuurders regelt.
Hoewel artikel 34 formeel Pro niet meer van toepassing zou zijn sinds de wetswijzigingen in 1998, oordeelde de rechtbank dat dit niet de bedoeling van de wetgever was. De wijziging in de Woningwet had geen inhoudelijke wijziging van de vrijstelling tot gevolg. De vrijstelling dient te worden toegepast alsof de wetswijziging niet heeft plaatsgevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de legesheffing en veroordeelde de gemeente Oosterhout tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd bevestigd dat woningcorporaties ook na 1998 recht hebben op vrijstelling van legesheffing bij dergelijke projecten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de legesheffing en bevestigt het recht van de woningcorporatie op vrijstelling van legesheffing.