ECLI:NL:RBBRE:2006:AV3399
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar gecombineerde WOZ-beschikkingen en OZB-aanslagen wegens gebrekkige samenhang
Belanghebbende maakte bezwaar tegen gecombineerde aanslagen gemeentelijke heffingen (waaronder OZB en reinigingsrecht) en tegen WOZ-beschikkingen over 2005. De gemeente behandelde het bezwaar tegen de heffingen, maar stelde de beslissing op de WOZ-beschikkingen uit.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 30 van Pro de Wet WOZ één uitspraak op bezwaar moet worden gedaan wanneer WOZ-beschikkingen en OZB-aanslagen in één geschrift zijn verenigd. Omdat de gemeente dit niet heeft gedaan, is de uitspraak op bezwaar tegen de OZB-aanslagen niet rechtsgeldig.
De rechtbank vernietigt daarom de uitspraken op bezwaar tegen de OZB-aanslagen, bevestigt de uitspraken over het rioolrecht waartegen geen bezwaar bestond, en wijst de zaak terug aan de gemeente voor een nieuwe gezamenlijke uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar tegen de OZB-aanslagen en wijst de zaak terug voor een gezamenlijke uitspraak over WOZ-beschikkingen en OZB.