ECLI:NL:RBBRE:2006:AV3456
Rechtbank Breda
- Kort geding
- H. Koopman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering BBA tot onmiddellijke invoering aangepaste werktijdregeling wegens ontbreken zwaarwegende redenen
BBA exploiteert buslijnen onder concessies van provincies en wil een nieuwe werktijdregeling per 5 maart 2006 invoeren die leidt tot afschaffing van een extra pauze van 15 minuten in gebroken diensten bij vestiging Breda Stad. Deze extra pauze was jaren geleden met de ondernemingsraad (OR) overeengekomen. De OR onthoudt instemming met de nieuwe regeling omdat zij vindt dat de bestaande regeling met enkele praktische aanpassingen kan worden voortgezet.
BBA stelt dat de nieuwe dienstregeling niet met de oude werktijdregeling kan worden uitgevoerd zonder extra kosten en dat uniformiteit binnen BBA gewenst is. De rechtbank oordeelt dat BBA de tijdnood waarin zij verkeert aan zichzelf te wijten heeft, omdat het overleg over de wijziging pas laat is gestart. Er zijn geen zwaarwegende bedrijfsorganisatorische of sociale redenen om de nieuwe regeling onmiddellijk toe te passen.
De rechtbank concludeert dat BBA wel een spoedeisend belang heeft om duidelijkheid te krijgen, maar dat het niet waarschijnlijk is dat de bodemrechter vervangende toestemming zal geven. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt BBA veroordeeld in de proceskosten van de OR.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van BBA af en veroordeelt haar in de proceskosten van de OR.