ECLI:NL:RBBRE:2006:AV7701
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.J. Bakx
- H.W.M. Pulskens
- A.J.G.M. de Weert
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursrechter inzake Wob-verzoek Koninklijk Huisarchief
Eiser heeft een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bij het Koninklijk Huisarchief (KHA) om inzage in bepaalde stukken. Dit verzoek werd door het KHA afgewezen en na een heroverweging bleef de afwijzing gehandhaafd. De rechtbank heeft onderzocht of het KHA, beheerd door een stichting waarvan de Koningin bestuurder is, kan worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank concludeert dat het KHA niet krachtens publiekrecht is ingesteld en dat de stichting geen openbaar gezag uitoefent. De Koningin vervult haar taak als bestuurder van de stichting als privépersoon. Er is geen wettelijk voorschrift dat de stichting een exclusieve bevoegdheid geeft om rechtsposities van anderen eenzijdig te bepalen, noch is sprake van een overheidstaak die aan de stichting is toegekend. De financiering van het KHA komt niet uit de Rijksbegroting maar uit een uitkering aan de bestuurder.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het geschil en dat alleen de burgerlijke rechter bevoegd is. Dit voorkomt dat eiser verstoken blijft van rechtsbescherming. De rechtbank verklaart zich dan ook onbevoegd en wijst het beroep af op grond van onbevoegdheid.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat het Koninklijk Huisarchief geen bestuursorgaan is en verwijst eiser naar de burgerlijke rechter.