ECLI:NL:RBBRE:2006:AV8752
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing vergunning registratie geneesmiddelen wegens onvoldoende onderzoek bevoegdheid
Verzoekster maakte bezwaar tegen de vergunningverlening aan een andere partij voor het in de handel brengen van fentanylpleisters, omdat dezelfde geneesmiddelen reeds in andere EU-lidstaten waren geregistreerd. Zij stelde dat de Europese wederzijdse erkenningsprocedure gevolgd had moeten worden en dat de nationale procedure onrechtmatig was toegepast. De voorzieningenrechter constateerde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de relatie tussen de vergunningaanvrager en de opvolgend registratiehoudster, waardoor niet duidelijk was of de juiste procedure was gevolgd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het onderzoek van verweerder niet volledig en niet juist was geweest, in strijd met artikel 3:2 Awb Pro. Gezien het belang van verzoekster en de onzekerheid over de rechtmatigheid van het besluit, werd de vergunning geschorst tot de beslissing op bezwaar. Het bezwaar tegen een voorgenomen besluit tot overschrijving werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit toen nog niet bestond.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening in één zaak af, maar in twee andere zaken toe. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is bindend en er staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De vergunning voor het in de handel brengen van fentanylpleisters is geschorst vanwege onvoldoende onderzoek naar de juiste procedure en relatie tussen vergunningaanvrager en registratiehoudster.