ECLI:NL:RBBRE:2006:AW2740
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid tegenvordering en toewijzing vordering op grond van openstaande facturen en incassokosten
Eiseres heeft tussen september 2003 en mei 2004 diverse artikelen geleverd aan gedaagden, die de facturen niet binnen de overeengekomen termijn van 60 dagen betaalden. Eiseres gaf de vordering uit handen aan een incassogemachtigde, die betaling sommeerde. Gedaagden reageerden en deden incidentele betalingen, maar lieten rentefacturen onbetaald. Eiseres vorderde een bedrag van € 2.872,06 inclusief rente en incassokosten.
Gedaagden stelden dat zij de oorspronkelijke facturen volledig hadden voldaan en dat de rentevordering werd gecompenseerd door een tegenvordering wegens provisieafspraken. Deze tegenvordering werd echter pas bij dupliek ingesteld, terwijl deze volgens artikel 137 Rv Pro dadelijk bij antwoord had moeten worden ingediend. De kantonrechter verklaarde de tegenvordering daarom niet-ontvankelijk.
De kantonrechter stelde vast dat een deel van de rentevordering niet was betwist en wees deze toe tot € 1.103,84. Betalingen van gedaagden die eiseres aanvankelijk betwistte, werden door haar later erkend als onderdeel van reeds genoemde bedragen en niet in mindering gebracht. De buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen tot € 833,00 conform de gebruikelijke staffel. Gedaagden werden veroordeeld tot betaling van € 1.936,84 plus wettelijke rente en de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van € 1.936,84 plus wettelijke rente en proceskosten; tegenvordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.