ECLI:NL:RBBRE:2006:AW3900
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers – van Dooren
- A.A. den Hartog
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Omzetbelastingplicht pensioenverzekeraar over diensten buitenlandse vermogensbeheerders
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de omzetbelastingplicht van een pensioenverzekeraar binnen het [G]-concern voor diensten die buitenlandse vermogensbeheerders aan haar leverden. De kernvraag was of deze diensten in Nederland werden verricht en of zij vrijgesteld waren van omzetbelasting op grond van de Wet OB en de Zesde BTW Richtlijn.
Belanghebbende stelde dat de diensten van de buitenlandse vermogensbeheerders vrijgesteld waren omdat zij collectief vermogensbeheer verrichtten als beleggingsfondsen. De inspecteur betoogde dat belanghebbende feitelijk een herverzekeraar was die pensioenregelingen uitvoerde en dat de beheersactiviteiten door de buitenlandse partijen werden verricht, waardoor omzetbelasting verschuldigd was.
De rechtbank concludeerde dat de diensten van de buitenlandse vermogensbeheerders als bank- en financiële verrichtingen worden aangemerkt en geacht worden in Nederland te zijn verricht, waardoor omzetbelasting verschuldigd is. De vrijstellingsgrond voor beleggingsfondsen werd verworpen omdat noch belanghebbende, noch de pensioenfondsen als zodanig konden worden aangemerkt. Tevens oordeelde de rechtbank dat de pensioenverzekeraar aansprakelijk is voor de pensioenverzekeringen en dat het beheer van vermogen voortvloeit uit eigendom, niet uit een economische activiteit.
Ten slotte werd de vergrijpboete van 10% gehandhaafd omdat belanghebbende als professionele pensioenverzekeraar op de hoogte had moeten zijn van haar belastingplicht. De naheffingsaanslag en boete werden verminderd, en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vermindert de naheffingsaanslag en boete en bevestigt de omzetbelastingplicht over diensten van buitenlandse vermogensbeheerders.