ECLI:NL:RBBRE:2006:AW7278
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering contractuele boete wegens vermeende schending geheimhoudingsbeding
Eiseres, een ontwerp- en reclamebureau, vordert betaling van een contractuele boete van €4.537,80 wegens vermeende overtreding van een geheimhoudingsbeding door gedaagde, voormalig werknemer. Gedaagde zou bedrijfsgegevens hebben gedeeld met haar partner die een concurrerende onderneming heeft opgericht.
De arbeidsovereenkomst tussen partijen is eerder ontbonden in een procedure ex art. 7:685 BW Pro, waarbij eiseres een ontbindingsvergoeding aan gedaagde heeft aangeboden en deze is toegekend. Tijdens die procedure is het e-mailverkeer tussen gedaagde en haar partner onderwerp van discussie geweest, maar een boete is toen niet gevorderd.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar vordering, omdat zij de boetevordering tijdens de ontbindingsprocedure had moeten aanvoeren. Het nu instellen van de vordering wordt gezien als een poging om onder de betaling van de ontbindingsvergoeding uit te komen. Subsidiair betwist gedaagde de overtreding van het geheimhoudingsbeding en stelt dat het beding nietig is.
De kantonrechter veroordeelt eiseres in de kosten van het geding en wijst de vordering af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot betaling van de contractuele boete wegens schending van het geheimhoudingsbeding.