ECLI:NL:RBBRE:2006:AX0776
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waardedruk zelfbewoning woning na staking agrarische onderneming
Belanghebbende en zijn echtgenote dreven samen met hun dochter een agrarische onderneming in de vorm van een commanditaire vennootschap. De woning waarin belanghebbende en zijn echtgenote woonden, was voor 50% in hun economische eigendom en voor 50% in die van hun dochter. Na staking van de onderneming per 31 december 1999 werd de woning geheel aan belanghebbende en zijn echtgenote toegedeeld en overgeheveld naar hun privé-vermogen.
De kern van het geschil betrof de waardedruk die toegepast mocht worden op de woning in verband met zelfbewoning. De inspecteur stelde dat waardedruk van 32% slechts over 50% van de woning kon worden toegepast, omdat de andere helft eigendom was van de dochter. Belanghebbende voerde aan dat de waardedruk over de volledige waarde van de woning moest worden berekend, omdat de toedeling in het kader van de onderneming had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat de toedeling van de woning onderdeel was van de onderneming en dat de economische eigendom van 100% van de woning tot de onderneming behoorde. Daarom moest de waardedruk van 32% over de gehele waarde van de woning worden toegepast. Dit leidde tot een vermindering van de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 11.014.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 18 april 2006 door de rechtbank Breda.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 11.014 met toepassing van waardedruk over de volledige woning.