ECLI:NL:RBBRE:2006:AX6250
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Peters
- Zuidema
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij liquidaties en ripdeal
Verdachte werd beschuldigd van betrokkenheid bij een ripdeal waarbij meerdere personen werden overvallen en gedood, inclusief het vermoorden van twee toevallig passerende getuigen. De officier van justitie baseerde zijn bewijsvoering vooral op het aantreffen van haren van verdachte in de auto's van slachtoffers, getuigenverklaringen, en vermeende leugenachtige verklaringen van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat de getuigenverklaringen te wisselend en onvoldoende concreet waren om verdachte direct te koppelen aan de feiten. Het DNA-bewijs, bestaande uit mitochondriaal DNA van een haar in een auto, was onvoldoende vanwege de mogelijkheid van 'secondary transfer'. Daarnaast waren de verklaringen van verdachte niet kennelijk leugenachtig en konden de vermeende bedreigingen niet worden bewezen.
De verdediging voerde ook verweren aan over schending van procesrechten, waaronder het uitluisteren van gesprekken tussen verdachte en zijn raadsman, maar de rechtbank verwierp deze gronden. Gezien het ontbreken van aanvullend bewijs en de twijfel over het DNA-bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.