ECLI:NL:RBBRE:2006:AX7123
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing anoniementarief en vergrijpboete bij ontbrekende identiteitsbewijzen en winstdelingsregeling
Belanghebbende exploiteerde een uitzendbureau en werd geconfronteerd met een boekenonderzoek over de jaren 1999 tot en met 2001. Uit het onderzoek bleek dat van 24 werknemers geen afschrift van een geldig identiteitsbewijs in de loonadministratie aanwezig was en dat van 20 werknemers loonbelastingverklaringen ontbraken. Tevens werd geconstateerd dat de winstdelingsregeling op basis van gewerkte uren werd toegepast.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op, waarbij het anoniementarief werd toegepast voor de werknemers zonder identiteitsbewijs, en corrigeerde de toepassing van de winstdelingsregeling. Belanghebbende voerde onder meer aan dat de identiteitsbewijzen tijdens een verhuizing waren zoekgeraakt en beriep zich op het vertrouwensbeginsel vanwege een eerder bezoek van de belastingdienst.
De rechtbank oordeelde dat het anoniementarief terecht was toegepast omdat niet aan de wettelijke eisen was voldaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen sprake was van een goedkeuring door de inspecteur. De vergrijpboete van 25% werd gehandhaafd wegens grove schuld en nalatigheid. De rechtbank zag geen sprake van dubbele bestraffing en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en vergrijpboete worden gehandhaafd.