ECLI:NL:RBBRE:2006:AY4023
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens strijd met verbod op detournement de pouvoir
Belanghebbende werkte in 1997 in België en gaf zijn vakantiegeld niet aan. De Belgische fiscus verstrekte in 1999 informatie aan de FIOD, die deze pas in 2004 aan de Nederlandse inspecteur doorzond. De inspecteur legde daarop in 2005 een navorderingsaanslag op met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar.
De rechtbank oordeelde dat de FIOD de informatie ruimschoots vóór het verstrijken van de reguliere vijfjaarstermijn had kunnen doorgeven aan de inspecteur. Het gebruik van de twaalfjaarstermijn was daarom onrechtmatig en in strijd met het verbod op detournement de pouvoir en het evenredigheidsbeginsel.
De navorderingsaanslag en de uitspraak op bezwaar werden vernietigd. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
De rechtbank behandelde niet de vraag of de verlengde termijn in strijd was met Europees recht, omdat de navordering op andere gronden werd verworpen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda op 30 juni 2006.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997 wordt vernietigd wegens onrechtmatig gebruik van de verlengde navorderingstermijn.