ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5288
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- W.C.J. Bakx
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen registratiebesluit geneesmiddelen wegens onvolledig onderzoek
Verzoekster, Janssen-Cilag B.V., maakte bezwaar tegen het besluit van het College ter beoordeling van geneesmiddelen om de registratie van Fentanyl pleisters over te schrijven op naam van Ratiopharm Nederland B.V. en betoogde dat de Europese wederzijdse erkenningsprocedure gevolgd had moeten worden. De voorzieningenrechter constateerde dat het onderzoek van verweerder naar de samenwerking tussen de vergunningaanvrager en Ratiopharm Nederland B.V. niet volledig was, met name omdat niet was onderzocht of de Europese procedure had moeten worden toegepast.
Tijdens de zitting bleek dat verweerder niet had onderzocht of de overeenkomst tussen de oorspronkelijke aanvrager en Ratiopharm GmbH, een Duitse vennootschap, gevolgen had voor de bevoegdheid tot registratie. Ook was onduidelijk of sprake was van gezamenlijke handelingen bij het verkrijgen en in de handel brengen van de geneesmiddelen. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze onvolledigheid aanleiding gaf om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter benadrukte dat de nationale registratieprocedure mogelijk niet de juiste procedure was indien reeds in een andere lidstaat een vergunning was afgegeven, conform de EG-Richtlijn 2001/83/EG en Richtlijn 2004/27/EG. De voorlopige voorziening werd toegewezen, het bestreden besluit en de primaire besluiten werden geschorst, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot registratie van Fentanyl pleisters wordt geschorst wegens onvoldoende onderzoek en mogelijke toepassing van de Europese wederzijdse erkenningsprocedure.