ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5596
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Noort
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vergoeding kosten asbestverwijdering en herstel houtrot afgewezen behalve betaling nieuw plafond
Eisers kochten een woning met garages waarin asbesthoudende plafondplaten aanwezig waren. Partijen waren overeengekomen dat de verkoper de asbestverwijdering door een gespecialiseerd bedrijf zou laten uitvoeren, waarbij eisers de kosten van het nieuwe plafond zouden dragen. Verkoper verwijderde het asbest echter zelf, waardoor eisers onterecht de kosten van het nieuwe plafond betaalden en deze vergoeding vorderen.
Daarnaast stelden eisers dat er houtrot aanwezig was bij levering, waarvan verkoper op de hoogte was, en vorderden zij schadevergoeding voor herstel. Verkoper betwistte dit en stelde dat hij niet op de hoogte was en niet hoefde te zijn.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van dwaling aan beide zijden omtrent de asbestverwijdering, waardoor de verplichting van eisers om het nieuwe plafond te betalen vernietigd werd. Hierdoor rust de kostenverplichting volledig op verkoper en is diens verrijking onrechtmatig. De vordering tot vergoeding van de kosten van het nieuwe plafond werd daarom toegewezen.
De stelling dat verkoper bekend was met houtrot werd onvoldoende gemotiveerd onderbouwd door eisers. De rechtbank verwierp daarom de vordering tot schadevergoeding wegens houtrot, omdat de tekortkoming niet aan verkoper kon worden toegerekend. De vorderingen wegens buitengerechtelijke kosten werden eveneens afgewezen.
De rechtbank veroordeelde verkoper hoofdelijk tot betaling van € 3.618,56 plus wettelijke rente en in de proceskosten, en wees het overige af.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van € 3.618,56 plus wettelijke rente voor kosten nieuw plafond; overige vorderingen worden afgewezen.