ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5667
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Breda bevestigt WOZ-waarde en wijst bezwaar tegen OZB-aanslagen af
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarop gebaseerde aanslagen onroerende-zaakbelastingen (OZB) door de gemeente. De gemeente handhaafde de WOZ-waarde van €316.000, vastgesteld op de waardepeildatum 1 januari 2003, en legde de OZB-aanslagen op basis daarvan op.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente terecht een taxatierapport en vergelijkingsmethode met referentieobjecten gebruikte om de WOZ-waarde te bepalen. Belanghebbende betwistte dat de gehele perceelsoppervlakte tegen de gehanteerde waarde was meegenomen, met name het grootste deel als landbouwgrond, maar begreep na toelichting de waardebepaling.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente de waarde op juiste gronden had vastgesteld en dat het bezwaar tegen de WOZ-waarde en de OZB-aanslagen ongegrond was. Omdat de gemeente pas ter zitting volledige uitleg gaf over de waardebepaling, werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. De rechtbank zag geen aanleiding voor verdere proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en OZB-aanslagen wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.