ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5706
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dienstbetrekking en toepassing anoniementarief bij schoonmaakwerkzaamheden grand café
Belanghebbende exploiteert een grand café-diner en laat schoonmaakwerkzaamheden verrichten door twee personen, [werknemer 1] en [werknemer 2]. De inspecteur stelt dat deze arbeidsrelaties als dienstbetrekking moeten worden aangemerkt, terwijl belanghebbende een overeenkomst van opdracht aanvoert. De rechtbank beoordeelt of aan de criteria van de gelijkgesteldenregeling wordt voldaan, waaronder persoonlijke arbeid, beloning en arbeidsduur.
Uit het onderzoek blijkt dat beide schoonmakers persoonlijk arbeid verrichten, meer dan tweevijfde van het minimumloon per week verdienen en op meerdere dagen werkzaam zijn. De rechtbank concludeert dat er sprake is van een fictieve dienstbetrekking conform artikel 4 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964. De identiteit van [werknemer 2] is onbekend, waardoor het anoniementarief terecht is toegepast.
Belanghebbende betoogt dat naheffing niet mogelijk is indien inkomsten reeds in de inkomstenbelasting zijn betrokken, maar de inspecteur toont aan dat dit niet het geval is. Daarnaast wordt bevestigd dat de premie volksverzekeringen voor [werknemer 1], woonachtig in België, aan Nederland is toegewezen op grond van Verordening 1408/71. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen wordt bevestigd.