ECLI:NL:RBBRE:2006:AY6219
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Breeman
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens strijd tewerkstellingsvergunning met vrij verkeer diensten EG-verdrag
De rechtbank Breda behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van het laten verrichten van arbeid door Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning. Deze werknemers waren in dienst van een Pools bedrijf dat in onderaanneming werkte voor een Duits bedrijf, dat op haar beurt door verdachte was ingehuurd voor de installatie van een productielijn bij Coca-Cola in Dongen.
De economische politierechter stelde vast dat negen Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden hadden verricht in Nederland. Verdachte werd als werkgever aangemerkt op grond van het ruime werkgeversbegrip in de Wet arbeid vreemdelingen. De overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen werd bewezen verklaard.
Echter, de rechter oordeelde dat de eis van een tewerkstellingsvergunning voor tijdelijke grensoverschrijdende dienstverlening een niet-proportionele belemmering vormt van het vrije verkeer van diensten zoals beschermd door artikel 49 van Pro het EG-verdrag. Gezien de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het feit dat Nederland geen uitzondering op het vrije verkeer van diensten had bedongen bij de toetreding van Polen tot de EU, werd artikel 2 Wav Pro buiten toepassing gelaten.
Daarom werd het bewezenverklaarde feit niet strafbaar geacht en werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. Dit arrest bevestigt het belang van het vrije verkeer van diensten binnen de EU en beperkt nationale vergunningseisen die dit verkeer onnodig belemmeren.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat de eis van een tewerkstellingsvergunning strijdig is met het vrije verkeer van diensten.