ECLI:NL:RBBRE:2006:AY6220
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Breeman
- Rechtspraak.nl
Strafzaak over overtreding van oormerkplicht bij varkens met verwerping strafuitsluitingsgrond dierenmishandeling
Op 16 mei 2006 behandelde de economische politierechter van de Rechtbank Breda de zaak tegen verdachte wegens het niet voorzien van vier hangbuikzwijnen van oormerken, in strijd met de Regeling identificatie en registratie van dieren. Verdachte voerde aan dat zij zich door het verbod op dierenmishandeling had laten weerhouden van het aanbrengen van oormerken, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin chippen werd geaccepteerd als alternatief.
De rechtbank hoorde een getuige van de Algemene Inspectiedienst die verklaarde dat verdachte de geiten hobbymatig hield en deze identificeerde met foto's, maar dat de varkens niet voorzien waren van de wettelijk verplichte oormerken. Verdachte had de varkens later wel gechipt, wat zij als een betere methode beschouwde.
De politierechter oordeelde dat de oormerkplicht een redelijk doel dient ter beperking van besmettelijke ziekten en bescherming van de volksgezondheid. De pijn die het oormerken veroorzaakt achtte zij toelaatbaar. Het feit dat chippen minder pijnlijk is, leidt niet tot een overschrijding van wat toelaatbaar is volgens de huidige regelgeving. Het verweer van afwezigheid van alle schuld werd verworpen omdat verdachte bewust het risico nam de oormerken niet aan te brengen.
Gezien de geringe ernst van het feit, de hobbymatige aard van het houden van dieren en de omstandigheden waaronder het gebeurde, legde de politierechter geen straf of maatregel op, maar sprak wel een schuldigverklaring uit. Verdachte werd gewezen op het recht tot hoger beroep binnen veertien dagen.
Uitkomst: Verdachte is schuldig verklaard voor het niet voorzien van varkens van oormerken, maar er is geen straf opgelegd.