ECLI:NL:RBBRE:2006:AY9336
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag niet kennelijk onredelijk wegens bedrijfseconomische redenen en passende regeling
Eiseres was sinds 1 juli 1998 in dienst bij gedaagde als huishoudelijk en verzorgend assistente. Gedaagde heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens bedrijfseconomische redenen, nadat de gemeentelijke subsidie voor de functie was komen te vervallen. Eiseres stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is omdat zij nooit een ID-baan zou hebben gehad en de gevolgen van het ontslag te ernstig zijn.
De rechtbank stelt vast dat de functie van eiseres wel degelijk onder de ID-regeling viel, zoals blijkt uit correspondentie van gedaagde en de gemeente. Eiseres was op de hoogte van de gesubsidieerde aard van haar functie en heeft nagelaten hier vragen over te stellen. De ontslagaanvraag bij het CWI bevatte geen valse of voorgewende reden.
Verder heeft gedaagde na het ontslag gezorgd voor een inkomens- en baangarantie door eiseres met behoud van salaris op een wachtlijst voor de Sociale Werkvoorziening te plaatsen. Er zijn geen passende werkzaamheden binnen gedaagde beschikbaar. De gevolgen van het ontslag zijn daardoor niet onevenredig zwaar in verhouding tot de bedrijfseconomische belangen van gedaagde.
De kantonrechter wijst de vorderingen van eiseres af en veroordeelt haar in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het ontslag van eiseres wordt niet kennelijk onredelijk geacht en haar vorderingen worden afgewezen.