ECLI:NL:RBBRE:2006:AY9786
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Koopman
- Rechtspraak.nl
Onterechte weigering tot betaling van beëindigingsvergoeding op wijze door rechthebbende aangewezen
Eiseres was van mei 2002 tot juli 2006 in dienst bij BRG en kreeg bij beschikking van de kantonrechter een beëindigingsvergoeding van €36.000 bruto toegekend, te betalen binnen 14 dagen na ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Eiseres verzocht BRG de vergoeding niet rechtstreeks aan haar, maar op een kwaliteitsrekening van haar gemachtigde over te maken, teneinde deze te gebruiken voor een stamrechtconstructie.
BRG betaalde echter het netto-equivalent rechtstreeks aan eiseres en weigerde de bruto vergoeding op de kwaliteitsrekening te storten, ondanks meerdere verzoeken en vrijwaringen van de gemachtigde van eiseres. Eiseres startte een kort geding om BRG te dwingen de betaling op de gewenste wijze te verrichten.
De kantonrechter oordeelde dat de beschikking geen specifieke wijze van betaling voorschrijft en dat BRG gehouden is zich te gedragen naar de redelijke aanwijzingen van eiseres als rechthebbende. Het verzoek van eiseres was tijdig en redelijk, en BRG kon geen gerechtvaardigd belang aantonen voor haar weigering. BRG werd veroordeeld om binnen 48 uur het bruto bedrag op de kwaliteitsrekening te storten, met een dwangsom bij niet-naleving, en in de proceskosten.
Uitkomst: BRG wordt veroordeeld tot betaling van de beëindigingsvergoeding van €36.000 bruto op de door eiseres aangewezen kwaliteitsrekening binnen 48 uur, onder dwangsom.