ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ0169
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering glashandel wegens ontbreken zaakwaarneming bij afdichten ingeslagen ruit
De zaak betreft een vordering van een glashandel tegen een woningeigenaar tot vergoeding van kosten voor het afdichten van een ingeslagen ruit. De ruit was door de politie ingeslagen in het kader van een woningbetreding na een melding van vermissing van de eigenaar. De glashandel voerde aan dat zij de zaakwaarneming van de politie had voortgezet en daarom recht had op vergoeding van haar kosten.
De rechtbank oordeelt dat voor het aannemen van zaakwaarneming vereist is dat er een redelijke grond voor ingrijpen aanwezig moet zijn. De politie had echter alleen een anonieme melding van vermissing als grondslag, zonder nadere onderbouwing of proces-verbaal. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het ingrijpen gerechtvaardigd was. Bovendien was niet gebleken dat de politie niet zelf het raam kon afdichten, zodat de opdracht aan de glashandel niet noodzakelijk was.
De rechtbank concludeert dat de politie niet als zaakwaarnemer kan worden aangemerkt en dat de glashandel ook niet als voortzetter van die zaakwaarneming kan gelden. De vordering tot vergoeding van de kosten op grond van zaakwaarneming faalt daarom en wordt afgewezen. De glashandel wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van kosten op grond van zaakwaarneming wordt afgewezen.