ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ0675
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor loonheffing ingeleend personeel en matiging naheffingsaanslag
Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor loonheffing over ingeleend personeel van een belastingschuldige die failliet was verklaard. De naheffingsaanslag betrof de periode van januari 1999 tot en met juni 2003, waarbij het anoniementarief werd toegepast vanwege onvolledige loonadministratie.
Tijdens het proces stelde de ontvanger vast dat belanghebbende terecht aansprakelijk was op grond van inlenersaansprakelijkheid. Wel werd geconcludeerd dat matiging van de aansprakelijkstelling op zijn plaats was, mede omdat belanghebbende gebruik had gemaakt van de G-rekening en slechts 20% van de gewerkte uren kon worden herleid tot identificeerbare werknemers.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat belanghebbende correct met de G-rekening had gehandeld en dat geen naheffing van sociale verzekeringspremies meer te verwachten was. De aansprakelijkstelling werd daarom gematigd tot een bedrag van € 277, aanzienlijk lager dan het oorspronkelijke bedrag van € 9.257.
De rechtbank veroordeelde de ontvanger tevens in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende werd vergoed. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling van belanghebbende werd gematigd tot € 277 wegens correcte toepassing van de G-rekening en onvoldoende bewijs voor verdere matiging.