ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ0696
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking en vermindering naheffingsaanslag BPM wegens privégebruik auto in strijd met vergunning
Belanghebbende, directeur/aandeelhouder van een Belgisch bedrijf, beschikte over een vergunning die hem vrijstelling van BPM gaf voor gebruik van een personenauto in Nederland uitsluitend voor woon-werkverkeer tussen woonplaats en vaste buitenlandse werkplaats. Op 15 oktober 2004 werd hij met de auto gesignaleerd buiten de toegestane route, met passagiers waaronder zijn dochter en enkele meisjes, op een koopavond.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM en een vergrijpboete op wegens gebruik in strijd met de vergunning. Belanghebbende betwistte dit en voerde onder meer aan dat het gebruik viel onder het vrije verkeer van diensten (artikel 49 EG Pro-verdrag) en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik niet zakelijk was maar privé, waardoor het beroep op het EG-verdrag faalde. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens gebrek aan vergelijkbare gevallen. De boete werd vernietigd omdat deze onterecht was opgelegd. Partijen kwamen overeen dat de naheffingsaanslag moest worden verminderd door toepassing van een correct kortingspercentage, waardoor de belasting werd vastgesteld op € 27.077.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2006.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetebeschikking, vermindert de naheffingsaanslag tot € 27.077 en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.