ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ2979
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing omzetbelasting wegens deelname aan BTW-carrousel en onjuiste aangifte
Belanghebbende, actief in de handel van computerprocessoren en mobiele telefoons, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 1999. De inspecteur stelde dat belanghebbende deelnam aan een BTW-carrousel, waarbij valse vrachtbrieven en onjuiste aangiften werden gebruikt.
De rechtbank stelde vast dat de intracommunautaire leveringen aan Duitse afnemers niet aan het nultarief konden worden onderworpen omdat niet duidelijk was aan wie daadwerkelijk geleverd werd. Uit een eerder strafvonnis bleek dat de Duitse afnemers zogenoemde 'Scheinfirmen' waren, enkel tussengeschakeld om fraude te faciliteren. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat er sprake was van een daadwerkelijke intracommunautaire verwerving.
Daarnaast werd een correctie op de aftrek van voorbelasting bevestigd vanwege een factuur van een niet-bestaande onderneming. Belanghebbende had ook bezwaar gemaakt tegen de termijn waarbinnen de inspecteur uitspraak deed, maar dit werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting bevestigd.