ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3456
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G.M. Wouters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dagloonberekening bij staking wegens onaanvaardbaar resultaat
Eiser werkte als scheepstimmerman en verloor zijn baan door faillissement. Hij ontving een WW-uitkering gebaseerd op een gemiddeld arbeidspatroon van 37,42 uur per week, lager dan zijn normale 38 uur vanwege deelname aan een georganiseerde staking. Verweerder paste artikel 10 van Pro de Dagloonregels IWS toe, waardoor het dagloon werd verlaagd.
Eiser stelde dat deze toepassing een ongeoorloofde beperking van het stakingsrecht inhoudt en vroeg om toepassing van artikel 7, waarbij het dagloon niet wordt verlaagd. De rechtbank overwoog dat de Dagloonregels IWS een voorlopig karakter hebben en niet onverkort mogen worden toegepast als zij tot kennelijk niet beoogde, onaanvaardbare resultaten leiden.
De rechtbank oordeelde dat het toepassen van artikel 10 in Pro deze situatie onaanvaardbaar is, mede gelet op het in artikel 6 van Pro het Europees Sociaal Handvest beschermde stakingsrecht. De geringe verlaging van het dagloon over een langere periode maakt dit niet anders. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het griffierecht vergoed en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van het WW-dagloon wegens staking wordt vernietigd wegens onaanvaardbaar resultaat.