ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ5434

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
14 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
424080 ov 06-3476
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:290 BWArt. 230a BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verlenging ontruimingstermijn bedrijfsruimte afgewezen wegens toepasselijkheid artikel 7:290 BW

Verzoeker, handelend onder een handelsnaam en huurder van een bedrijfsruimte te een adres, verzocht de kantonrechter om primair niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek en subsidiair om verlenging van de ontruimingstermijn van de bedrijfsruimte tot 1 oktober 2007. Verweerders, executeurs in de nalatenschap van wijlen de verhuurder, zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd.

De kantonrechter oordeelde dat de bedrijfsruimte, gezien de aard van het bedrijf van verzoeker (kleinhandel in fietsen en bromfietsen), valt onder de bescherming van artikel 7:290 lid Pro 2a BW. Hierdoor loopt de huurovereenkomst door na 1 oktober 2006, en is het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn niet ontvankelijk.

Verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard en verweerders werden veroordeeld in de kosten van de procedure. De beschikking werd uitgesproken op 14 december 2006 door kantonrechter W.E.M. Verjans.

Uitkomst: Verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Bergen op Zoom
Zaaknr. 424080 OV VERZ 06-3476
Beschikking d.d. 14 december 2006
inzake
[verzoeker],
h.o.d.n. [handelsnaam],
gevestigd te Etten-Leur,
verzoeker,
gemachtigde: mr. S.M. Wicherlink, medewerkster van ARAG Rechtsbijstand, gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend te Leusden,
tegen
[verweerders],
in hun hoedanigheid van executeurs in de nalatenschap van wijlen [overledene]
correspondentieadres [adres],
verweerders,
niet verschenen.
1. Het verloop van het geding
1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het op 28 november 2006 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties;
b. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling ter zitting van 14 december 2006, waar zijn verschenen mr. Wicherlink vergezeld van verzoeker. Verweerders zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
1.2 De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.
1.3 de kantonrechter heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verweerders.
2. Het verzoek
2.1 Verzoeker heeft zich tot de kantonrechter gewend met het verzoek:
- hem primair in zijn verzoek niet ontvankelijk te verklaren, omdat de gehuurde bedrijfsruimte een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7: 290 BW betreft;
- subsidiair de termijn waarbinnen de behuurde bedrijfsruimte te [adres] dient te worden ontruimd, te verlengen tot een termijn van een jaar, dus tot 1 oktober 2007;
- verweerders te veroordelen in de kosten van de procedure.
2.2 Van de zijde van verweerders is geen mondeling of schriftelijk verweer gevoerd.
3. De beoordeling
3.1 Verzoeker stelt dat hij van wijlen [overledene] met ingang van augustus 2000 huurt de bedrijfsruimte, staande en gelegen te [adres], tegen een huurprijs van laatstelijk € 1.134,46 per drie maanden.
3.2 Verzoeker stelt voorts dat hij een brief d.d. 21 juni 2006 van verweerders heeft ontvangen, waarin hem wordt medegedeeld dat hij het gehuurde per 1 oktober 2006 leeg en schoon zal dienen op te leveren; van een huuropzegging is in die brief volgens verzoeker geen sprake.
3.3 Nu de bedrijfsruimte in kwestie onder de bescherming van artikel 7:290 BW Pro valt, is verzoeker van mening dat de huurovereenkomst na 1 oktober 2006 doorloopt en dat hij derhalve primair niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek ex artikel
230a BW om de ontruimingstermijn met een jaar te verlengen.
3.4 Met verzoeker is de kantonrechter van oordeel dat, gelet op de door verzoeker omschrijving van zijn bedrijf, een kleinhandel -winkel- in fietsen en bromfietsen inderdaad sprake is van bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7:290 lid Pro 2a BW. De kantonrechter zal verzoeker dan ook niet ontvankelijk verklaren zoals door hem is verzocht.
3.5 Gelet op de omstandigheden van het geval zal de kantonrechter verweerders veroordelen in de kosten van deze procedure.
4. De beslissing
De kantonrechter:
- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek;
- veroordeelt verweerders in de kosten van deze procedure aan de zijde van verzoeker
gevallen, tot op heden begroot op € 465,00, waarvan € 360,00 voor salaris van zijn gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.