ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ6246
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Slot
- Van Oijen
- Gimbrère-Straetmans
- Rechtspraak.nl
Voorlopige vaststelling geslachtsnaam en voornaam in geboorteakte in afwachting naturalisatie vader
De zaak betreft een verzoek tot verbetering van de geboorteakte van een kind, waarbij het openbaar ministerie wilde dat het kind geen geslachtsnaam kreeg vanwege de namenreeks van de vader. De ouders verzochten om vaststelling van een voornaam en geslachtsnaam in afwachting van de naturalisatie van de vader, die nog de Pakistaanse nationaliteit bezit.
De rechtbank overweegt dat het zonder geslachtsnaam door het leven gaan van het kind niet in diens belang is. Daarom wordt naar analogie van artikel 1:5 lid 10 BW Pro een voorlopige geslachtsnaam en voornaam vastgesteld, met een termijn van 1,5 jaar, zodat de vader de naturalisatieprocedure kan afronden.
Het verzoek van het openbaar ministerie wordt afgewezen, evenals het meer of anders verzochte door de ouders. De voorlopige naamgeving wordt als het beste belang van het kind beschouwd, waarbij een termijn is gesteld om onbepaalde voorlopige registratie te voorkomen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van het openbaar ministerie af en stelt een voorlopige geslachtsnaam en voornaam vast voor het kind voor 1,5 jaar.